‘Metamorfosen’ in het Rijksmuseum: hoe de verhalen van Ovidius onthutsend actueel blijken.
- Emma FitzGerald
- 27 feb
- 3 minuten om te lezen
Bijgewerkt op: 2 mrt
Afgelopen week gaf ik mijn kunstlezing bij de tentoonstelling ‘Metamorfosen’, die nu in het Rijksmuseum te zien is. Met meer dan 85 kunstwerken, verdeeld over 11 zalen, worden de verhalen van Ovidius uit zijn ‘Metamorfosen’ — geschreven rond het begin van onze jaartelling — verbeeld door kunstenaars door de eeuwen heen.
De tentoonstelling is thematisch ingedeeld. Als bezoeker begin je bij het scheppingsverhaal. Daarna volgen de verhalen over goden en mensen en de daaruit voortvloeiende transformaties. Schilderkunst, toegepaste kunst, sculptuur en fotografie worden naast elkaar gepresenteerd, evenals werk uit verschillende tijdsgewrichten. Zo staat een gipsen beeld van Rodin uit 1896 naast een foto van Ana Mendieta uit 1981. Deze opstelling geeft de tentoonstelling een onverwachte, verfrissende insteek.
En ja, die gedichten uit de ‘Metamorfosen’ zijn dan wel meer dan tweeduizend jaar geleden geschreven in een taal die niet meer wordt gesproken — de thema’s zijn onmiskenbaar actueel.
Dat kan ik alleen maar beamen. Want wanneer de chaos eenmaal tot orde is verworden, brengen de verhalen met de goden in de hoofdrol opnieuw chaos. Chaos in mijn hoofd, welteverstaan.
De mythes in de ‘Metamorfosen’ gaan over alles wat ons mens maakt: liefde, hoogmoed, afgunst, domheid, wanhoop — en over een heleboel wellustige lust. O, die pijlen van Cupido toch. In veel verhalen is de mens slechts een speelbal van de goden. Zij gebruiken ons mensen om hun behoeftes te bevredigen. Grenzen doen er niet toe. Sterker nog: ze lijken irrelevant, non-existent.

Zie de jonge Danaë, door haar vader opgesloten in een toren om haar maagdelijkheid te bewaken. Toch wordt zij bezwangerd door Jupiter, die in de vorm van gouden nevel bij haar binnendringt terwijl ze slaapt. Of Leda, koningin van Sparta, eveneens bezwangerd door Jupiter — vermomd als zwaan. En Europa, ontvoerd door diezelfde god in de gedaante van een stier. De uitkomst is één en dezelfde: verkrachting.
En daar is Medusa, verkracht door de zeegod Poseidon in de tempel van Minerva. Als straf wordt háár schoonheid ontnomen. Haar prachtige haarlokken veranderen in slangen en haar blik versteent eenieder.
Alle ideeën rondom consent lijken mijlenver weg. De ‘Metamorfosen’ tonen ons, want ja wij mogen als publiek ons eveneens vergapen aan al dat vrouwelijke schoon, onverbiddelijke, onveranderlijke goden die gulzig nemen in het verborgene zodat vrouwlief er maar niet achter komt. Dan kan dat potje victim blaming er van Medusa ook nog wel bij.
Niet gek dat ik in zaal 8 met kapitalen in mijn aantekeningenboekje schrijf: Waarom word ik misselijk van deze tentoonstelling?
De link met de actualiteit is snel gelegd. ‘Wij eisen de nacht op’. De #MeToo-affaires. De Epstein-zaak, rondom miljardair Jeffrey Epstein, die jarenlang kon bouwen aan een pedofiel netwerk van minderjarige meisjes waar machtige mannen — hedendaagse goden — zich aan konden vergrijpen. Dit misbruik werd bedekt door een nevel zoals deze ook door Ovidius wordt beschreven in de ‘Metamorfosen’. Een nevel waarmee Jupiter de aarde bedekte zodat hij zich kon vergrijpen aan de waternimf Io.
De verademing in deze tentoonstelling komt van hedendaagse kunstenaars. Zij leggen binnen de context van de metamorfosen nieuwe, vaak zachtere en verrassende verbindingen.
Neem de sculptuur ‘Zeus’ (2009) van de Zuid-Afrikaanse kunstenaar Nandipha Mntambo. Wat gebeurt er wanneer de wellustige Zeus ditmaal het zelfportret is van de kunstenaar — een zwarte vrouw? Wat gebeurt er met de dreiging wanneer zij zich deze rol toe-eigent?
Of kijk naar de foto ‘Zonder titel’ (2012) van Judith Kraaijer, waarop zwaan en mens tegen een donkere achtergrond in elkaar overvloeien. Deze metamorfose is zacht, tactiel en vrij van dreiging.

Hoopvol, gezien de strekking van dit betoog, is ook de sculptuur ‘Once We Were One’ van Femmy Otten. Een vrouwfiguur bevrijdt zich uit het hout en kijkt met rust, als ware een een godenfiguur, over ons heen. Zij vlucht niet — zoals Daphne in de ‘Metamorfosen’, die zich in een laurierboom moet transformeren om aan Apollo’s lust te ontsnappen.
Deze houten vrouw is er niet om bekeken te worden. Niet om te bekoren. Zij staat daar. Zij ís er. En dat simpele ‘er zijn’ voelt als een enorme opluchting aan het einde van de dollemansrit die deze tentoonstelling in het Rijksmuseum zonder meer is.
Tijdens mijn lezingen onderzoek ik hoe kunst uit verschillende tijden ons iets kan leren over de wereld van vandaag. De tentoonstelling Metamorfosen bij het Rijksmuseum laat zien hoe mythe, macht en menselijkheid onverminderd actueel zijn.
Deze lezing is te boeken voor verenigingen, musea en organisaties die kunst willen inzetten als bron van reflectie en inspiratie.




Opmerkingen